Analyse van Herman Grooten op Schaaksite.nl
In elk toernooi zien we de nodige eindspelen ontstaan en vrienden en bekenden weten dat ik dat daar een meer dan normale interesse voor heb. In dit Nederlands Kampioenschap zag ik een paar eindspelen die mijn aandacht trokken, toevallig omdat er een luikje in mijn hoofd openging waardoor een bepaald type kennis plotseling naar boven kwam. Gezegd moet worden dat de nu volgende fragmenten vaak in een tijdnoodfase (en soms uit een tiebreak kwamen, met veel minder tijd) ontstonden, waardoor ik geneigd ben het spel van de spelers met de mantel der liefde te bedekken. Vanaf de zijlijn wordt van alles geroepen (vooral in het hedendaagse voetbal!) en de schaakwereld doet daar tegenwoordig ook volop aan mee. Heeft uiteraard te maken met de engines die iedereen kan aan- en uitzetten. In livestreams zien de commentatoren (én het publiek) vaak geen engine, maar wel een balk aan de zijkant van het diagram die flink omhoog (dan wel omlaag) schiet als er een blunder wordt gemaakt. Dan is het makkelijk om kritiek te leveren; gemakshalve wordt vergeten dat als je zelf achter het bord zit en de spanning van de partij voelt, het allemaal niet zo eenvoudig is om de goede voortzettingen te vinden. Dit gezegd hebbende, bespeur ik bij veel schakers weinig affiniteit met eindspelen. Er blijkt bij velen een soort “ingewortelde angst” te bestaan om een eindspel in te gaan; men houdt liever zoveel mogelijk stukken op het bord om in een koningsaanval zijn slag te kunnen slaan. Dat wil iedereen wel! Desondanks ben ik van mening dat kennis van het eindspel, aangevuld met de nodige vaardigheid om een eindspel ook op de juiste manier te kunnen behandelen, bij veel spelers tot een aanzienlijke verhoging van hun niveau zou kunnen leiden. Is het niet bekend dat je middenspelen veel beter gaat behandelen als je weet wat je moet overhouden? Omdat ik dit soort bevindingen en deze conclusies al vaker heb geuit (zoals u kunt zien in de serie Eindspelfinesses die ik ooit samen met GM Twan Burg heb opgezet) leidde dat er zelfs toe dat ik door New in Chess werd benaderd of ik boek over het eindspel in elkaar te zetten. Mocht het u in interesseren, onderaan dit artikel de link naar dit boek.
Dat het eindspel zo moeilijk is, blijkt ook uit de vele voorbeelden uit de (groot)meesterpraktijk. In het NIC-blog heb ik hiervan een paar krasse staaltjes uit dit jaar gevonden, waarin sterke GM’s soms vreselijk mistasten:
Terug naar het kampioenschap waar de nodige eindspelen op het bord kwamen. En gelukkig mocht het publiek bij het kampioenschap meegenieten van diverse eindspelen die met verstand van zaken werden gespeeld. Maar uiteraard waren er ook een paar gevallen die voor verbetering vatbaar waren. Hiervoor geldt – zoals hierboven al gemeld – de verzachtende omstandigheid dat er twee voorkwamen tijdens de tiebreaks. Gezegd moet worden dat de verdedigers in deze potjes kranig stand wisten te houden in nog altijd lastige situaties. Maar laten we beginnen met het curieuze eindspel dat in de eerste speelronde op het bord kwam:

In het midden Eelke de Boer – Thomas Beerdsen (foto Frans Peeters)
Het was al raak in de tweede partij van de eerste ronde. Daarin kwam het curieuze eindspel van twee paarden tegen een pion op het bord. Met twee paarden kun je niet matzetten als de tegenstander niet meewerkt, maar o wee als de tegenstander nog een pion heeft. Die heeft voor de verdediger een negatieve waarde. We moeten terug naar de beroemde eindspelstudiecomponist Troitzky die een baanbrekend diagram heeft weten te construeren (zie diagram):
Als de pion niet verder opgerukt is dan in bovenstaand diagram (en de sterkere partij slaagt erin om een paard vóór die pion te zetten zodat die niet verder kan oprukken) kan de paardpartij de stelling tot winst brengen. Dat die winstvoering soms langer duurt dan 50 zetten is eigenlijk een trieste bijkomstigheid. De Fide heeft even in de reglementen opgenomen dat er maar liefst 75 zetten voor uitgetrokken kon worden. Die regel is inmiddels weer afgeschaft en dat lijkt me dan wel weer sneu voor de sterkere partij…
Het is ontzettend knap dat de grote man dit zo heeft weten te formuleren, na ongetwijfeld ellenlange onderzoekingen in een tijd dat er nog geen computers waren. Door de tablebases is van het diagram inmiddels bewezen dat het klopt. Hans Böhm liet me ooit zien hoe je met één paard en de koning de vijandelijke koning vrijwel geforceerd naar de rand van het bord kunt drijven. Dat is een kunststukje op zich dat laat zien hoe rijk ons koninklijke spel toch eigenlijk is. Het paard maakt een soort pirouette om de koning heen en zorgt er met wat slimme koningsmanoeuvres voor dat de vijandelijke koning steeds een rijtje (of lijntje) naar achteren moet. Ik heb dit concept ooit aan mijn partner, Petra Schuurman, laten zien en dan is het natuurlijk ongelooflijk als dat eindspel dan ook nog in een toernooipartij op het bord komt. En helemaal als er ook nog een IM-norm op het spel staat in een toernooi in Italië, nog wel tegen een Italiaanse IM die al snel het spoor bijster is. Als u wilt zien hoe die paardpirouette in zijn werk gaat, kunt u dit artikel lezen.
Hoe was het nu in de partij Beerdsen – De Boer?
Het duel tussen de twee jonge GM’s was een spannende aangelegenheid die uiteindelijk in de tiebreaks beslist moest worden. In één van deze snelle potjes kwam het volgende toreneindspel op het bord:
Materieel gezien staat het gelijk, maar wit heeft een waardeloze dubbelpion en zwart een geweldige vrijpion op b3. Alleen staat de zwarte toren maximaal ongunstig vóór zijn eigen pion en de witte op b7 juist heel goed. De vraag die u mag beantwoorden is, wat slim is voor zwart:
Het antwoord treft u aan in mijn analyse.
Weer een toreneindspel en dan zelfs eentje met maar liefst twee pionnen meer voor zwart.
Dat moet toch gewonnen zijn voor zwart? Inderdaad, dat klopt. Maar met erg weinig tijd op de klok en slechts 2 seconden increment is het uiteraard lastig om het juiste plan te vinden. Niettemin toch leerzaam om te bekijken hoe zwart het zichzelf makkelijk kan maken om de winst binnen handbereik te krijgen. In dit potje slaagde De Winter er niet in om een vol punt te scoren en werd hij alsnog uitgeschakeld.
Hieronder treft u mijn bevindingen aan van dit eindspel.
Link naar: Chess Endgames for Club Players.